Artikelen door Gastauteur

Pleegvaders bereid huwelijksreis opzij te zetten

‘Ik val maar gelijk met de deur in huis,’ zeg ik terwijl het in de kamer stil wordt en twee mannen mij enigszins verbaasd aankijken. ‘Het gaat niet goed bij Margot. Ze probeert het met heel haar hart en wil heel graag leren en veranderen. Ook volgt ze alle tips en adviezen op, maar de kinderen zijn zó beschadigd… Ze vragen gewoon echt te veel van haar.’

Peter en Frank zijn stil. En ik besef op dat moment dat ik nu heel veel van hen vraag. Dan neemt Frank het woord en zegt: ‘Ik denk dat we het maar moeten gaan doen. Ze zijn welkom. Tot hun achttiende. We hebben alleen één probleem, we gaan over twee weken op huwelijksreis.’ Ik hoor mezelf zeggen dat ik denk dat we het nog wel een paar weken kunnen rekken, maar dat ik eerst met de moeder van de kinderen in gesprek ga.

Alles in het belang van haar kinderen

En daar zit ik dan bij Margot. Margot is de moeder van de twee jonge kinderen. Ik ben de gezinsvoogd oftewel de jeugdbeschermer van deze kinderen. En ik moet constateren dat het traject van thuisplaatsing van deze twee jonge kinderen niet zo gelopen is als dat we gedacht hadden. Verwacht misschien wel, want voor mij zit een moeder die alle keuzes maakt in het belang van haar kinderen. Margot is zelf ook slachtoffer van haar eigen jeugd en heeft al een keer eerder haar kinderen vrijwillig uit huis laten plaatsen. De kinderen werden vervolgens liefdevol opgevangen door Peter en Frank, een crisispleeggezin. Na een jaar was moeder er weer klaar voor en werden de kinderen weer thuisgeplaatst.

‘Ze moeten nú weg!’

En nu zit ik hier weer, want het is toch niet gelukt. De kinderen vragen te veel van moeder. Terwijl ik mezelf hoor praten over bovengemiddelde opvoedbehoeften, stemt moeder door haar tranen heen in met opnieuw een uithuisplaatsing bij Peter en Frank. Moeder beseft heel goed dat dit dan voor lange tijd is. Maar zij weet ook heel goed dat haar kracht ligt bij beslissingen nemen in het belang van haar kinderen. En dus doet ze dat. Definitief. ‘Ik heb alleen één probleem,’ zegt ze terwijl ze haar best doet om niet in te storten. Het valt stil. ‘Ze moeten nú weg. Ik kan het niet aan om ze nog een aantal weken elke avond in bed te leggen in de wetenschap dat straks anderen dat gaan doen.’

‘Laat de kinderen maar komen’

Terug in mijn auto zit ik gelijk met mijn gedachten bij de pleegvaders die binnenkort op huwelijksreis gaan. Een huwelijksreis die ik nu even minder belangrijk moet vinden omdat mijn enige zorg deze twee kinderen is. Ik pak mijn telefoon en bel Frank. ‘Hoe is het gegaan?’ vraagt hij direct als hij de telefoon opneemt. Ik haal diep adem. ‘Ze gaat akkoord Frank, maar we hebben wel een probleem. Ze moeten nú weg. Margot kan niet meer.’ Ik wacht het moment af dat Frank voor zichzelf en zijn geluk kiest. Dat hij zegt dat ze veel om de kinderen geven, maar dat dit nu écht niet kan. Het huwelijk komt er immers aan, twee weken huwelijksreis en laat staan alles dat nog geregeld moet worden. Maar Frank zucht en zegt met trillende stem: ‘Oké, dat geeft niet. Laat de kinderen maar komen. We verzinnen wel wat op dat huwelijk.’

Twee huilende kinderen

Nog geen twee uur later, waarin Margot de kinderen zelf heeft verteld dat mama heel veel van ze houdt, maar dat ze ziet dat ze niet gelukkig zijn en dat mama ziek is, stap ik met twee huilende kinderen in de auto. Een auto vol met knuffels, kleren en foto’s. Margot laat ik achter bij haar hulpverlener die ik in alle chaos nog heb gebeld om haar te komen ondersteunen. Als we de straat uitrijden, zijn de tranen van de kinderen gelukkig al gedroogd. ‘Gatver,’ hoor ik de jongste zeggen, ‘nu moet ik weer elke dag groente eten.’ Ik weet niet of ik moet lachen of huilen. Ik ben ook maar een mens.

Met een glimlach stap ik in de auto

Twee weken later kunnen Frank en Peter toch op huwelijksreis. We hebben een constructie kunnen bedenken met de familie zodat de kinderen niet eerst nog naar een ander crisispleeggezin hoefden. Ik spreek de kinderen op school en ze vertellen trots over de bruiloft waarin zij een belangrijke rol hebben gespeeld. Hun moeder spreken ze iedere week. ‘En hoe staat het met de groente?’ vraag ik gekscherend. Dat horen ze niet eens meer, op het schoolplein gebeuren dingen die natuurlijk veel belangrijker zijn. Met een glimlach stap ik in de auto. Het is goed zo.

Christel, jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming West

Natuurlijk zijn in verband met de privacy de namen veranderd.

Dit artikel verscheen eerder op Jbwest blogt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *